Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZES TIENDE OVERDENKING.

De opgefïaene Jefus verfchijnt aen Maria Mdgddlena.

Volgens Joan. XX: i—18.

ÏtTet fmert ons, wanneer wij die genen moeren vei laeten, die wij liefhebben; wanneer de dood die genen van ons wegneemt, met dewelke wij wel altijd zouden hebben willen leeven. Smertelijk vak het, als ouders hunne kinderen, kinderen hunne ouders, broeders hunne zusters, vrienden hunne vrienden naer het graf moeten zien draegen. — Maer hoe heerlijk zal het ook niet zijn , hun eens in eene betere waereld weder te vinden! O! wanneer wij hooren de ftem onzer Geliefden, herkennen hun aengezicht, welkers trekken zich zoo diep in ons hart hebben ingegraveerd; God! wanneer wij hunne liefde en " hunne zaligheid weder gevóelen! Vader, Moeder,

wanneer uw kind u wederom omarmt, — of gij, tederminnend kind ! door uwe ouders omarmt wordt; of gij, Vrouw! door uwen man, die de vreugd van uw leeven was; wanneer gij elkander wedervindt, die zoo bnonaer elkander verlancrde;! hoe zal daer alie fmert, die u het fcheiden deed ondervinden, alleen daertoe gefchikt zijn, om uwe vreugde

grooter te doen zijn \ Hoe menigemaelen

P 4 zit-

Sluiten