Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a3a xvi. Overd. Jefus verfchijnt

zitten thans reeds in uuren eener zwaermoedige vreugd gezusters bij elkander, en fpreeken van nunn°e afgeftorvene ouders; of ouders van hun geftorven kind; hoe leevendig ftellen zij zich elk vrolijk uur voor, dar her hun aenbragt, elke uitïaeting van liefde, die hun hart opvong elke vereeniging des harte met hun. — iy ïerheuoen zich reeds in het vooruitgezicht, hoe zf de geliefde van hun hart in detoekomftige waereld eens weder zullen vinden.

§ 2.

En denkt nu eens, hoe de vrienden van Tefus te moede moeten geweest zijn, toen Jz-UUC hunnen eenigften, hun alles hunnen

Tefus wederzagen! toen zij vrij zagen

den gevangenen; verheugd den ndenden; leevendig dien, die geftorven was! — M S dood was 'er geen vonk van vreugde Seer in hun hart. Zij hadden Hem en met Hem alles verboren! — Van Hem onder el ander te fpreeken, van Hem het een of ander te verhaelen, zich zijne maguge daeden, die Hij deed, zijne liefderijke woorden, die Hij fprak, te herinneren! — dit was hunne bezigheid; dit maekte hun troost uit. fcn den meesten troost genoot 'hun.hart , wanneer zij eens recht over Hem konden weenen! — dat Hij zoo goed was, en »»» «>ojoo^ eeuwig van hun wierd gefcheurd. — fcn nu zagen zij Hem in zulk een tijdftip weder —• h| kende hun nog, en zij kenden Hem Hi hadt hun lief, zoo als Hij hun voor zijnen dood hadt liefgehad. O! hoe wied

Sluiten