Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fgg GODSDIENSTEN

ten overal in beftaau, want ieder offerde naar zyn vermogen.

Wat nu het onberispelyke levensgedrag der eerfte Chriftenen aanbelangt: laat ons hooren wat de Heidenen zelve van hen getuigen: ■» ,, ziet hoe

9, lief , zegt een hunner fchryvers , zy eikanderen 3, hebben; en deze onderlinge liefde is niet bepaald 9, aan tyden van voorfpoed , maar zy vertoont zig „ in het helderst licht en met de levendigfte kleu„ ren, wanneer zy gevaar huns levens loopen."

pLinius de Jonge, een rechtsgeleerde Landvoogd van Keizer trajanus , fchreef aan dien Vorst, de volgende brief uit Klein Azia : —- ,, Ik neem de „ vryheid , om u een bericht te doen ter hand ka3, men van alle de zwaarigheden welke my ontmoe„ ten. Nimmer ben ik tegenwoordig geweest by 3, de verhooringen der Chriftenen ; hierom ben ik 3, onkundig van de vraagen welke hen gedaan wora, den , alsmede hoedanig eene ftraffe aan hen ge„ oefend wordt. Omtrent dezulken, welken by my ,, aangeklaagd zyn , heb ik my aldus gedraagen, „ Ik heb hen ondervraagd, om te yerneemen of zy ,, met 'er daad Chriftenen waren. Wanneer zy ,, zulks beleden, heb ik de vraag twee of driemaa*

, len herhaald, hun den dood dreigende , ingevalle zy dezen Godsdienst niet verzaakten : die by ,, hun belydenis volhardden, zyn op myn bevel ter ftraffe geleid : zelfs heb ik fommige Romeïnfche 3, Burgers ontmoet , van deze dolzinnigheid beze-

i % ten? w?iken ik m hoofde van hunne waardigheid

Sluiten