Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

442 De ZOT van AANZIEN.

te Mevrouw Fielding, Neddy in een verder einde van het vertrek, en was zeer ingenomen met zyn levendig en onfchuldig ge. fnap.

Ik bidde ü Mr. Fenton ! ze'de zy , is dat uw zoon ? Neen Mevrouw , zeide Mr. Fenton , wy weeten niet wie die arme jonge toebehoord; ik geloof dat hy in zyne kindsheid , aan zyne regte ouders ontftoolen is.

Hier op werd Mevrouw Fielding zoo rood als fcharlaken ; en haaren man op eene ftcrke en leevendige wyze aanziende riep zy ; genadige Hemel! wie weet myn Lief of dit niet onze kostelyke , onze verlooren , onze zoo lang befchreide jonge is , by wien de voorzienigheid ons heden zoo wonderbaarlyk heeft willen leiden? Mevrouw! zeide Mr. Fenton 't is te denken dat 'er jaarlyks honderd kinderen weggemoffeld worden van hunne orders, door landloopers en bedelaars om medelyders te verwekken , of door kinderdieven om hen naar de volkplantingen te zenden, maar ik hoor van weinige die ooit te regt gekomen zyn , behalven in de Romans. Ik bid u hebt gy

eenig

Sluiten