Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f>4* Dï ZOT van AANZIEN.

beminnelyke partydigheid der geene die op zoo teder eene wyze myne minnaars en myne beminden geweest zyn groot onregt doen.

Maar Mevrouw, zeide ik tegen de Marqui. fin, hebt gy niet eenig gewag gemaakt als of zyne Majesteit verliefd geweest was op myne Louiza ? Ach , zulk een medeminnaar zou voor my verfchrikkelyk zyn , vooral in een land van onbepaalde magt.

Daar is nu niets voor te vreezen , zeide Mevrouw, de Koning is van gedagten veranderd en verkiest nu in 'plaatze van jonge maitresfen en oude ftaatsdienaars; jonge ftaatsdieuaars en oude maitresfen. Dan, 't geen ik u verhaalde was eens ze&r ernftig en baarde groote ongerustheid.

Myne Louiza was naauwlyks veertien jaaren oud, wanneer de Hertogin van Choiseul haar gezelfchap te Marly verzogt , daar zig: toen het bof bevond. De Koning flocg hst, oog op haar en vroeg wie zy was; maar ram i daar voor dien tyd geen verdere aanmerifi«5; op. Dan toen by haar in het nnsste en dastt

Sluiten