is toegevoegd aan uw favorieten.

Staat der defensie van de Republiek der Vereenigde Nederlanden; behelzende het generaal rapport van de personeele commissie van het defensie-weezen [...]. In dato 28 october 1789

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

riii GENERAAL RAPPORT VAN

koopenvan Houten andereBouw-Materiaalen, benedict voor een Schip van 74, en een Fregat van 20 Stukken, als zynde de grootfte en de kleinfte Charter; — en zulks, ten einde alle deeze détails in der-! zeiver zamenhangby de Bondgenooten zouden kunnen 1 worden overwogen, en zoo ook vervolgens pet meerder . en volkomener kennis van zaaken, dit geheele werk beoordeeld.

Wy moeten nevens Zyne Hoogheid, infteeren op'; defpoedige afdoening van dit werk. — Wy bezeffen wel, dat de Bondgenooten zig daar door, geduurende; eenige jaaren* inhunne jaarlykfche Uitgiften zullen beswaard vinden; dog wy kunnen teffens by dezelven geen voorneemen veronderftellen, om zig thans te onttrekken aan een last, welken zy in der tyd met Capitaalen fommen hadden behooren te draaien:

Wy obtefteeren dezelven op het plegtigfte, om ook in deezen gehoor te geeven aan het algemeen belangd ten einde het geheele Bondgenoodfchap wederom moge treeden in die voorrechten, welke ten allen tyde aan een liquiden ftaat van zaaken zyn gehegt. _ _ „

Wy kunnen van de zaaken van de Admiraliteit niet afftappen, Hoog Mogende Heeren, zonder ter herinnering van Uw Hoog Mogende te brengen den deerniswaardigentoeftand der Crediteuren van het Collegie ter Admiraliteit in Vriesland. --- Heeft eene fpeciale CommisGe uit Uw Hoog Mogende tot onderzoek van de zaaken van dat Collegie, al in den jaare 1786 daar gefteld de deugdelykheid der refpective prste:>fiert, de importantie van de Schuld, en de gegronde klagten der kermende Crediteuren ,en waar van fömmige zeederi

tot totaale ruïne uit dien hoofde zyn vervallen;

beeft het Uw H^og Mogende bereids, by Refolutie van den 2 Juny deszelfden jaars, behaagd te verklaag ren, dsft de billykheid vorderde, dat de voorfz. Crediteuren op de bestmogelvke wyze betaahnge erlangden van hunne wettige gelden, en dat men geene intentie had, om de hoop van wettige Crediteuren op de goedgunftigheid van den Souverain eenigermaateall te fnyden; — zoo bezeffen wy, dat op principes vanll billykheid, menfchenliefde, — en om Ingezeetenen dee-jffl