Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

De H .0 N D

dat de Poorten voor my niet geopend zouden worden.

Het luidt ongeloofiyk dat ik, alleen vlügtende, en door een land vol van kryg en onruft, onbekend kon doorflippen ; maar toen ik vlugten moeit trok ik een liegt gewaad aan, en deed een onaanzienlyken Tulband om het hoofd; ook was myn Paard wel ras en fterk, maar het zag 'er ganfch niet fraai uit. Boven dit alles; myn Befchermer was die Magtige , in wiens hand het ftaat de oogen der vyanden te verblinden, en hunne armen te verlammen, indien het hem behaagt ons te willen redden.

De befte keuze, diemy overbleef, fcheen my toe, al verder en verder weg te lluipen tot inPer/ie.Omtrent twintig mylen van de grenzen bragt ik het in den avond tot aan een Boerenhuis , alwaar ik herberg verzogt en verkreeg ; ik ging aan tafel en at, ten minsten ik hield my als of ik eeten kon. Nauwlyks aan tafel gezeten, treed 'er een jong Soldaat binnen, die zo even van de Veldtogt t' huis kwam, en gelyk ik ftraks daar na hoorde, de Zoon van mynen Waard was. Het ganfche huisgezin liep na hem toe en deed hem vraag op vraag. Hoe ftaat het met de zaaken ? Hoe is het u gegaan? Met wien hebt gy het gehouden ? Hoe is het met den ongelukkigen

Vorft

Sluiten