Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v a n M EL A /• ïl

ïaaden. De Gezant van den Roover myns Troons deed zyne intreede; hy zat op myn Lyf- Olyfant; hy zelf' was voortyds een myner gunftelingen. Hoe veel duizendmaalen had hy voorheen gezwooren my getrouw te zullen blyven tot den laatften adem! Thans kwam hy om mynen dood af te vorderen.

Het geene ik dugtte, gefchiedde. Ik had dien Perfifchen Vorft voortyds, by een ge-

vaarlyken opftand, tegen de maar al te

gewoone ftaatkunde van nabuurige Vorften jegens elkandercn — door myne Hulptroepen den Troon doen behouden. Thans ftelde hy, by openbaare bekendmaakingen , den balddaadigen Overwinnaar ten gevalle, een grooten prys op myn hoofd; en befchreef myn perzoon zo nauwkeurig dat elk, diemy zag, my kennen moeft, al had hy my nimmer te voorcn gezien ; vooronderfteld,

dat ik dezelfde gebleeven ware, als toen ik op den Troon zat. Maar hoe volkomen juift de Tekenaar myn beeld ontworpen had; eene zaak ontbrak 'er aan de fchets, en wel zulk eene, die men 'er met mogelykheid niet in had kunnen brengen, >— de verandering naamlyk, welke myne ongevallen federt op myn gelaat, weezenstrekken en op myne geheele geftalte te wege gebragt hadden. Die ongelukkige, welks leven, nog maar zö weinig tyd te vooren, enkel van de getrouwheid

Sluiten