is toegevoegd aan uw favorieten.

Magazijn van spreekwoorden en zedenspreuken, opgehelderd door voorbeelden en vertellingen, tot een leesboek voor de jeugd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STREEK WOORDEN.

75

zen. De glooijingen beplantte hij met wilde rozen en doornen, die allengs eene dikke heg vormden, en den ganfchen tuin, als ware het, bevestigden. Frits en georg moesten de haagdoorn bezien, als zij rijp waren, afplukken, en geheel in den grond fteken, vermids er anders geene jonge ftammen te verwachten zijn.

Hij zorgde tevens voor het gemak en andere vermaken, daar hij'de bron, die zich aan den voet des bergs bevond, liet metzelen en beplanten, en overal de gemaklijkfte wegen aanleide. Onder aan den berg was een prieeltje opgerigt, in het midden ftond een huisje, waaronder eenN goede kelder was, en, op den hoogden top , zag men nog een prieel, waarin men het heerlijkfte uitzigt genoot.

De Heer Muller plagt nu, des Zondags na geëindigden Godsdienst, met zijn huisgezin, in dezen fchoonen tuin zijn verblijf te nemen, en elk hunner verheugde zich daar in, om dat elk er mede aangewerkt had en ook het zijne bijgedragen om het geheel te verfraaijen. Uit dezen tuin leerden zijne kinderen nu, dat de menfchen , uit woeste plekken gronds, een Paradijs konden maken , zoo zij maar vlijt en moeite daar toe befteedden: verder, dat men Hechts geduld moete hebben, wanneer alles niet terftond zoo is, als men wel wenfcht; allengs bereikt men toch zijn oogmerk en wordt rijklijk, voor zijne moeite en zijn werk, beloond.

21.