Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I38 VEERTIENDE

men. De jonge Graaf- fpeelde de Viool zeer goed; en had, in zijnen fmaak voor de Mufiek, genoegzaam het toppunt bereikt. Te gelijk las hij de beste fchriften der Duitfchers en

Buitenlanders, met gevoel van 'c geen hij

las. Ik was, meest, z jn Voorleezer; en veele aangenaame uuren vloogen daarmede voorbij. Wij bezagen, te zaamen, de Kunstzsalen en zeldzaamheden van den Keurvorst, waarin veel fchoons is. De Bibliotheek heeft een zeer fraai uitterlijk voorkomen. Bij den ingang, maakt het marmer borstbeeld van volt ai re een onge« meene figuur, als of hij de god ware, die, over alle Wijsheid, de Voorzittersplaats verdiende! De boekverzaameling beftaat, ten grootendeele, uit gedrukte fchriften van den laateren tijd; weinig zeldzaamheden, en nog minder handfchriften. De kostbaarfle gedenktekens der geleerdheid zijn, van hier, na rome geraakt, met de Heidelbergfche Bibliotheek. Meest werd ik getroffen in de zaal der Oudheden, waar de dierbaarfte overblijfzelen van den grooten geest der Grieken, in zeer fraaie pleisterbeelden vertoond worden. Hoe veel is hier niet te zien, en door een opmerkzaam oog natefpeuren, waarbij alle befchrijvingen te kort fchieten!

Een

Sluiten