Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFDEELING. J(

een' harden toon, aanzeide, dat ik, op bevel der hooge Overheid, terftond, de ftad moest ruimen, lk vroeg naar de reden van dit befluit. Het and woord was: Wij handelen niet zonder reden ,• Laat dit u genoeg zijnl

En dus gaf men mij weder mijn affcheid,— geen gefchreven , maar een uitgebulderd affcheid, van eene ftad welke ik beminde, en daar ik mijn leven wenfchre te eindigen. Het zou niet te verwonderen geweest zijn, wanneer zulkefchielijke, geweldige ftooten in mijn lot, wanneer het geduurig heen en weder fcbeuren, van eere tot fchande, van overvloed tot gebrek, wanneer dit onzeker zweeven als

tusfchen hemel en aarde, mij onzinnig gemaakt had. Naauwlijks was ik van den burgemeester thuisgekomen, of mijne getrouwe vrienden Honden rondom mij, allen verftomd, met het

laatst vaarwel in den boezem, en met een oogvol traanen, mij medelijdend aanziende! i—„ Wat „ wilt gij van mij hebben ? Lieve vrienden 1 Ik „ ben een ongelukkig fchepzel! men jsagtmij van „ de eene plaats naar de andere, en" — mijn

hart brak, de traanen ontrolden mij; —.

Mijn GodI is het mogelijk , . moet ik zulke

edele zielen verlaaten I Dit fprak ik, en mijn oog

bleef

Sluiten