is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloskunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 130 )

Van den kittelaar (JOÜtoris).

. f» Mar as mus.

Ct) Zij hebben geen anderen dienst, dan om des omtrek, en de verwijdering der fchede, in den tijd der verlosfing, te bcgunftigen. Ziet Sabatiex, fplanchnologie, pag. 441, Cv).

de vergrooting van den ingang der fcheda mede te werken Ct)> in welken tijd men, gewoonlijk, deze lippen, het zij geheel, of ten deele, ziet verdwijnen.

144. Boven de watervleugels ontdekt men een plooi, of vouw, welke iets meer dan halvemaansgewijs van gedaante is, zijnde door het inwendige vlies der groote lippen gevormd, en dient als een kapjen, of voorhuid, aan een hoofdjen of tepel, welk hoofdjen de genoemde voorhuid uit zich zelf, in eene levende vrouwe afwerpt, door de minfte prikkeling, welke men, bij deszelfs navorfching, aan dit deel verwekt. Deze foort van tepel word gewoonlijk kittelaar genaamd, offchoon zij niet anders dan deszelfs uiteinde is. De kittelaar is van zulk eene kiesfche gevoeligheid, dat men denzelven gewoonlijk aanmerkt als de zitplaats van de minvermaaken. De Heelkunde heeft zich fomtijds verplicht bevonden om dit deel weg te fnijden, bij kinderen welken, wegens de ontlasting van derzeiver vogten, door de kwaadaartige en geduurige prikkeling van dit deel veroorzaakt, door uitdrooging («) verteerd , en op het punt van bezwijken waren:

wel-