Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ï7 )

de groote en kleene borst/pieren (m), de zaag* . fpieren (ra), en anderen, de borst wederhouden, en haar verhinderen aan de werking der buikfpieren toe te geven, verrigten de meesten dergenen, welken tot de beweeging der dijen en beenen gefchikt zijn, denzelfden dienst, met opzicht tot het bekken.

604. De oogen flaande op eene vrouwe, Welke, in den laatften tijd van den arbeid tot de verlosfing, geheel aan zich zelve is overgelaten , zal men gemaklijk kunnen befpeuren dat de faamentrckking van alle die fpieren plaats heeft. Zoo fpoedig zij de inwendige, krimping gewaar word, welke haar de baarenspijn aanduid, zoekt zij een fteunpunc voor'haare lenden, buigt den romp en het hoofd agterwaards, fchoort zich met de voeten en handen tegen de eerfte vaste lighaamert welken zij aantreft, en rekt zich uit, terwijl zij met alle haare krachten naar beneden perst.

TWEEDE AFDEELING.

©VER EENIGE VOORNAAME VERSCHIJNSELS, WELKEN ZICH, CEDUORENDE DEN ARBEID TOT DE VERLOSSING, OPENBAAREN.

605. Wij achten het welvoeglijk te zijn, em, in het bijzonder, fommigen der voornaam»

(«O MuscUli pe&oralet major es & minoreSf C«) Musculi fsrrati. II. Deel. fi

Sluiten