is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloskunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 224 )

Over de wijzeom,in een diergelijk: ge val, te onderzoeken , welke plaats de moederkoek beflaat-

Over de wijicom,in dit geval, de nageboorte te bevorderen.

wijze der bewerking, eenige bijzondere voorzorgen vereisfehen.

937. Men kan over het gedeelte der baarmoeder , alwaar de moederkoek is vastgebegt, vrij gemaklijk oordeelen, met acht te geven, langs welk punt van den rand der opening van de baarmoeder de navelftreng nederdaalt, zorg dragende dat men dezelve, ten dien einde, met de eene hand, naar zich trekt; fchoon men het grootfte deel der andere verfcheidenheden niet kan kennen, dan door de hand in de baarmoeder zelve te voeren.

938. Men heeft niet altijd noodig de hand in de baarmoeder te brengen, om de moederkoek 'er van af te fcheiden, zoo dikwijls deszelfs vasthegting fterker is dan naar gewoonte: het is dikwijls toereikende aan de ftreng te trekken, door zulks in diervoegen in te rigten, dat dc poogingen desaangaande, lijnregt op het middenpunt werken, van den omtrek welke de moederkoek beflaat.

939. Om dit gunftig oogmerk te bereiken moet men de ftreng eene bogt doen verkrijgen , waarover §. 914 gefproken is , maar zulks moet, volgens de plaats der baarmoeder, alwaar de moederkoek zich heeft ingeplant, nu in deze, en dan weder in eene andere rigting gefchieden. Wanneer dit lighaam zich aan het voorfte gedeelte der baarmoeder bevind, moet men in geenen deele van de handelwijze afwijken, dewelke wij in de genoemde zinfnede hebben voorgefteld; maar, indien het agterwaards is ingeplant, moet die bogt van de agter- naar de voor-zijde loopen, tot welk einde men de vingers, die de vooy-

ge-