Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK DEN II. 499

nen om den Prinfen en manufacluriers vrijdommen te verkenen. Ten opzigte van de Prinfen , week zijn geest van fpaarzaamheid voor de aandrijving van zijne liefde en weldaadigheid. Hij duldde zelfs het misbruik, dat de bedienden der Prinfen, zoo wel als die der vreemde gezanten , maakten van de vrijdommen, aan hunne heeren verleend, en hij wist niet, of veinsde niet te weeten, welke fiuikerijen de fabrikeurs deeden, die hij, het kostte wat het wilde, ftaande wilde houden. Hij fcheen niec te bedenken dat hec misbruik der vrijdommen, behalven dac hec de inkomften van hec land verminden, ook nog meer waaren invoerc als 'er noodig zijn, omdac men dikwijls van dezelve koopc enkel omdac men die becer koop bekoomen kan. Maar de bloei der fabrieken ging hem nog meer eer harce dan de inkomften der regcen.

Hij heeft, zege men, vier honderd en cwaalf monopolieën in zijne ftaaeen ingevoerd. Ik beken dac die monopolieën menigvuldig waren. Hec is verwonderlijk dac men hem geduurig aan rafel en in zijne gefprekken cegens de monopolieën hoorde pleieen. Het was misfehien om becer ce verneemen wac men tegens die handelwijze konde inbrengen, of omdat hij onderftelde dat zijn land li 2 - van

Sluiten