Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25° Grondbeginzelen

de kindsheid, in de jongensjaaren, in de jeugd, of in den manlijken ouderdom ? Deze vragen kunnen nier. beantwoord worden ; en dienvolgends kunnen wij het denkbeeld van een oorfpronglijk ligchaam niet toelaten , als te onderfcheiden van de vreemde ftoffe, waardoor de maifa van ons ligchaam uitgezet is. Gevolglijk, blijft het derde bewijs in zijn volle kracht; en is door deze tegenwerping niet verzwakt.

45 r. Ten vierden : Indien de ziel fterft bij den dood, moet zulks gefchieden door vernietiging; want dc dood verftoort, zoo veel wij weten, niets, dan het geen uit deelen beftaat. Maar nu hebben wij geen duidlijk bewijs , dat de vernietiging plaats heeft in eenig deel van het Heel - al. Onze ligchaamen , alhoewel in ftof ontbonden, worden niet vernietigd ; geen enkel deeltjen der ftoffe is, zoo veel wij weten , van de fchepping af, verloren gegaan. De verftooring van oude, en de groei van nieuwe ligchaamen bevat geene fchepping van nieuwe, of vernietiging van oude, maar eenig en alleen eene nieuwe fchikking der hoofdftoflijke deelen. Welke reden kunnen wij dan hebben, om te denken, dat ons beste deel, onze ziel, bij den dood zal

ver-

Sluiten