Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

252

Grondbeginzelen

le zekerheid bevveeren. Dat, 's morgens, da zon zal opgaan , dat de zee zal ebben , en vloeien; dat de nacht op den dag zal volgen, en de lente op den winter; en dat alle menfchen zullen fterven; dit alles zijn gevoelens, die tot zekerheid opklimmen : en evenwei kunnen wij 'er geen' anderen grond voor opgeven , dan dat wij zeggen, dat dit tot hier toe de loop der natuur geweest is, en dat wij geene reden hebben, om te denken, dat die veranderen zal. Indien foortgelijke oordeelen , gelijk in de opgegeven voorbeelden, geen twijfel overlaten, wordt onze overtuiging zedelijke zekerheid genoemd. Ik ben zedelijk zeker, dat de zon 's morgens zal opgaan, en heden ondergaan, en dat alle menfchen zullen fterven enz. De voorbeelden deivoorleden ondervinding , waar op deze oordcelen gegrond zijn, zijn ontelbaar; endaar is geene vermenging van zulke ftrijdige voorbeelden , die ons een tegenftrijdige uitkomst kunnen doen verwachten.

453- Doch, het gebeurt meermaals , dat de ondervindingen, waar op wij foortgelijke gevoelens gronden , zeer weinig in getal zijn; en fomtijds zijn zij gemengd met tegengeftelde ondervindingen. In dit geval , befchouwen

wij

Sluiten