Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I N II O U D.

I. Iets over Christelyke Verlichting als eene Inleiding in dit Werk . Bladz. r,

II. Verklaaring van Maith. XI. a—19. vergelyken met Luc. VU. 19—35- • 25.

III. Onderzoek omtrent de woorden, Rechtvaardigen en Rechtvaardigmaaken . 48.

IV. Eenige Bedenkingen over Verbeteringen in den- uitwend.igen Eeredienst aan

het Opperweezen . . .84.

V. Karakterfchets van een Christenleeraar 94. VI. Is de Leer van Jefus waarlyk Godlyke. Openbaaring, en behoeft zy, als zodanig, de ftaaving door Wonderwerken? . 97. VII. Welke waren de oorzaaken van je sus

zielenangst in Gethfemane? . 126, VIII. Over de onkunde der Disfipelen, aangaande je sus opftanding, het geloof van Joannes, en het ongeloof van Thomas 150. IX, Over de. verzoening door Christus. . 168.' X. Over het Euangelisch Zedeprediken. _ 179. XI. Berigt aangaande een nieuw Godsdienftig

Genootfchap in Frankryk. . 191; XII. Is de Leer van j e s u s waarlyk Godlyke

Openbaaring, enz. (vervolg van N°.VI.) 209.

XIII. Befchouwing van de Gefchiedenis der eerfte zonde, . . . 142,

XIV. Proeve over de oorzaak der Zedelyke Verkeerdheid in 't gedrag der Menfchen. 264.

XV. Over

Sluiten