Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2J4 -f* de leer van Jefus

beftaan cn dc natuur van God, de Voorzienigheid — en eene eindelooze voordduuring (by aldien men niet de leere der onfterflykheid een zuiver Chriftelyk leerftuk wil noemen) —: de zedekunde van het Chriftendom is gegrond op het eeuwig en onveranderlyk onderfcheid vanzedelyk goed en kwaad:— doch zonder thands te onderzoeken of er wel in waarheid een zuiver natuur• lyke Godsdienst ergens beftaa, of niet het geen den naam van natuurlyke Godsdienst draagt, eigenlyk flechts een tak is, van den geopenbaarden, van den Chriftelyken Godsdienst, in zo verre de waarheden en pligten ook door redekavelingen , ontleend uit den aard en natuur der zaaken, — uit de eeuwige waarheden kunnen worden afgeleid , — • zo blyven er daar te boven nog zeer veele waarheden cn voorfehriftcn over, die zonder byzondere openbaaring met geene volkomen zekerheid^kunnen aangenomen en geëerbiedigd worden. — Hiertoe betrek ik onder anderen , dat aan jesus Christus de magt cn het gezag is verleend, om de uitvoerder van Gods oogmerken omtrent het menschdom, de daarfteller van leven cn gelukzaligheid, de Richter van allen te zyn: — hiertoe betrek ik alle beloften van weldaaden , die in het toekomende kunnen genoten worden ; — en waarvan , door de reden, wel de mooglykheid, het beftaanbaare met Gods volmaaktheid, doch, voor zo verre dit daadzaaken betreft, nooit dc zekerheid betoogd kan worden.—

Sluiten