is toegevoegd aan uw favorieten.

Palmbladen, of Uitgelezene oostersche vertellingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN. 7?

de Koning van Perskn, ik zal dezen grooten toveraar zelfs bezoeken, en gij zult mij verzeilen.

I Morgen met het eerfte zonnelicht zal ik vertrek-

:ken; ik beef van ongeduld, om deze Kogels te zien en de waarheid van uwe gefchiedenis te' onderzoeken. Hebt gedult, oude man, tot, mijne wederkomst. Spreekt deze Jongeling de waarheid,

Idan zullen u de vleugelen mijner genade bedekken.

Naauwelyks brak het morgenlicht over het gebergte aan, ofde Koning Sarbas, begaf zig met weinige bedienden op weg. Hij fliep des nagts

I en 's middags maar weinige uuren, en reisde zo

jfpoedig, dat Bergen en Dalen onder hunne voeten heen fnelden, als of zij vleugels hadden gehad. MirasAj zo heette de Jongeling, reed naast den

i Koning, en verkortte den tijd door zijne verftandige redenen en zonderlinge verhalen van vreemde volken en zeden, waarvan de Koning nog nooit iets gehoord had. De Koning kreeg Mirasa zeer lief, want hij fprak geen woord, dat den Koning niet beviel: en zij hadden reeds de twee eerfte dagen weder kunnen te rug keeren, zo gunltig had de

)| Koning de regtszaak van Mirioi in zjjn hart

Ibeflist, indien hij niet meer om de Kogels, dan om de Voedtter was uitgereist. Bergen, Bosfchen en Stroomen vlogen voorbij; en naauwelijks had

1 zig de maan éénmaal verkleind eit weder vergroot of zij kwamen aan den berg, op welke de tove-

j' raar woonde.

De Koning verbeeldde zig eene woeste rots te

M zullen vi.nden, en verwonderde zig niet weinig, dat hij dezelve rondom niet WijnltoJsken en de

fchoon-