Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 Je/ut, in den vol/ten nadruk, een groot man , enz,

Hy, zeker, in 'r. gemeen, die zich, op eene byzondere wys, van anderen ten goede onderfcheidt: die zulke hoedanigheden en eigenfcbappen bezit, door welken hy, niet alleen gewoone menfchen, maar zelfs ook zulken, die anders uitnemend en voortreflyk mogen heeten,op eenen hogeren trap te boven flygt. — Naar ons doel, evenwel, voldoet ons deze bepaaling nog niet. Wy moeten was nader komen, en wat meer in de byzonderheden treden.

Wanneer wy iemand, — voor zo verre zulks kan en mag, — beoordeelen willen, dan letten wy, gemeenlyk, op drie zaken. Die moeten ook onze aandacht trekken, wanneer wy zeggen zullen, wie de groote man zy.

Men kan dat zyn op drieërley wyze: — Of door eene uitgebreide kennis, en de gewoone grenzen ver te buiten fchredende wetenfchap: — of door een edel hart, en de ftandvastige aankleving en flipte beoefening der deugd: — of door roemvolle, kloekmoedige, menschüevende, en menfchen-vreugd en menfchen heil uitwerkende, verrichtingen. — Korter: — men kan dat zyn», of van den kant van het verftand, of van de zyde van het hart: of, eindelyk, door zyne daaden.

* * *

Voorbeelden zullen dit duidlyker maaken. Hy, die van de natuur, — of, gelyk ik liever

Sluiten