is toegevoegd aan je favorieten.

Allernoodzaaklijkste raad en waarschouwing voor jongelingen en jonge dochters, ter vermijding der onkuischheid [...] en der zelfbevlekking.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X X

Ik befchouw het zo veel te eer als mijn plicht? U hieromtrent de noodige onderrichting mede te deelen, daar het te vreezen ftaat, dat Gij anders niet alle in de gelegenheid mogt wezen, om desaangaande iets te verneemen. Want juist die ondeugd, waar door de onfchuld van een jong Meisje, benevens haar geheel toekomend geluk, reeds vroegtijdig verboren gaat, wordt zo geheel ongemerkt en in het verborgen gepleegd, dat men dezelve, ook bij eene voor het overige zeer goede opvoe. ding, ligtlijk over het hoofd kan zien. En uw eigen nadenken zou U, helaas! dan eerst tot erkentenis brengen, wanneer het airede te laat was. De treurigfte ondervindingen hebben mij van het een en ander overtuigd.

Uw geluk, mijne jonge vriendinnen! is mij te lief-, mijn wensch, om dat te bevorderen, is al te leevendig, dan dat eenige bedenkingen mij van deze zaak zouden kunnen terug houden. Mij fchoot zekerlijk de gedachte in; ik zal hierbij veele dingen moeten zeggen, waar van een zedig Meisje nooit fpreekt, waar aan het, zonder fchaamrood te worden, zelfs niet eens denken raag; ik zal misfchien de fchaamachtigheid kwetzen van. mijne jonge leezeresfen. Maar dan dacht ik ook weêr: ik zal dit moeten doen, om ze aan grootere fchande te ontrukken, en te bewaaren voor grootere krenkingen geduurende hun geheel volgend leven. En zou dit zo zuiver oogmerk van eene deelneemende vriendin niet door U opgemerkt en erkend worden? zoudt Gij dit niet in het oog houden, en den indruk,dien

het-