is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche reizen, tot bevordering van den koophandel, na de meest afgelegene gewesten des aardkloots

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lo6 NEDERLANDSCHË

fcheiden Mandaryns en den Gouverneur van het Fort Engeling. Terwyl die Heeren by de Gezanten waren, ontvingen deeze, met een fregat, eenen brief van den Admiraal bort, hun gelastende, zich aanftonds by hem te voegen, om over de toekoomende verrigtingen te raadpleegen, alzo de Chineezen weigerden , zich met hun te vereenigen. Straks begaven zy zich by den Gouverneur der ftad, om van hem verlof om te vertrekken te verzoeken ; dit wierdt hun toegeftaan. Naa vooraf, door verfcheiden Grooten , pragtig onthaald te zyn, begaven zy zich op het fregat, en kwamen in de Vloot te Ting-hay.

De Heer noblk wierdt eerlang, met een fregat en een Pink, na de rivier van Hvk-fyemo gezonden, om de belangen der Maatfchappye te bevorderen, en kennis van zaaken te neemen. In 't begin van Slagtmaand deedt de Admiraal tweehonderd foldaaten aan land treeden, om de Chineezen uit Tong-hog te verjaagen; doch deeze waren te wel op hunne hoede, dan dat de onzen iets verrigten konden. Van campen ontving last om langs de kust te kruizen; hy ontmoette verfcheiden Jonken; doeh, van wegen haare fnelheid, koude hy dezelve niet meester worden. Midlerwyl veroverde de Admiraal de ftad Kita, in de Baai Pakka, en plunderde twintig dorpen , daaronder behoorende, die van koxinga's aanhangers bewoond wierden. Geen anderen buit maakte hy dan een weinig ryst, zout en geringe huisgeraaden , nevens twaalf vrouwen en vyftien jongens, die na Batavia gevoerd wierden.

In Louwmaand des jaars 1663, kwam de Admiraal nevens van campen voor de Had Swa-ti-ha ten anker. Tot een teken van vrede, ftonden de Chineezen