is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche rechten voor den burger.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RECHTEN.

543

van den koning te zijn (Ji) : men moet dit. wel verftaan: de natuur van deeze oppervoogdij bragt niet alleen mede, dat zij, uit kracht van dezelve;, voogden aanfteldcn, rekening en verantwoording van hun vorderden , en met één woord , dat zij het opzicht over de voogden hadden (in welk denkbeeld men zeer ligteJijk zou kunnen vervallen , indien wij de . | voogdij, die bij de Romeinen plaats had , me| die der Franken verwarden); maar de natuur var, die oppervoogdij bragt mede , dat zij waarlijk en in de daad voogden waren, en dat die geene, die zij tot voogden aanftelden, in hunnen naam de voogdij waarnaamen, en alles verrigtten, even als of de oppervoogden dit zelve deeden, waarom ook de verantwoording aan hun gefchieden moest (O-

Maar behalven deeze oppervoogdij, waar van wij ook in de capitularien gewaagd vinden rJO>

wa-

(79 In verbo regis esje,L. Sa/, tit. 14 L. 5.

(O DitJ. disf. Rusfe/ii l 13 waarom heinecc. El. "Jur. Germ. lib. 1 § 345. Met recht aanmerkt, dat liet woord Obervormunder oppervoogd , niet enkel van het aanftellen van, en net opzicht hebben over voogden kan afgeleid worden. nam ideo nemo principem dixerit jupremum confiliarium, quia confiliariis conjlititit, et ge/lorum rationes ab iis exigil).

(70 Capital lib. 6 cap. 223 ut viduae orphani, et minus potentes fub Dei defenfwne, et nostro Cidcst,

Mm 5 Rc_