Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxiv INLEIDING.

Katech. 't Is alles niet mis, dat Gy daar zegt.' En het is waarlyk te verwonderen, ja helaas! zeer te beklaagen, dat het Christendom niet meerder vrugten toont, by deszelfs belyderen.

Schoolm. Eene waare en voomaame rede hiervan behoeft men niet verre te zoeken: de Dominéé , de Leeraars zei ven , ten minften veelen, zyn hiervan zelf de oorzaak. Lieve God! hoe en wat wordt 'er van veele predikftoelen gepredikt, en welke halzen, welke krukker^en breekebee, ncn van Predikanten zyn 'er niet! het is waarlyk fchande, en ondeugend, hoe en wat men al niet

tot den predikftoel bevordert! Hebt Gy 'er

niet zelf by gezeten, dat een kundig en vermaard Predikant, uit eene aanzienlyke-Stad in Gelderland, in een vol gezelfchap verhaalde, dat hy voor weinig dagen, het examen van een beroepen Predikant, op een zeker Dorp, had bygewoond, dat aller erbarmelykst was geweest; ja, voe<r! de hy 'er by, de vryer heeft waarlyk niet eens gezond menfehen verftand, en hy loopt toch nu evenwel gebeft, en gemanteld , en heet ook

al eerwaardig Heer. Zulke klanten, die

geen kunde, noch menfehenkennis hebben, zyn evenwel openlyke Leeraars i wat toch kan men

daarvan verwagten ? Jn het zweet hunnes

aangezigts, lappen zy, met ftukken en brokken, die zy gints en elders woordelyk uit boeken ftee.'

Jen,

Sluiten