Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ONTLEEDKUNDE. st

kleine klieren zodanig kwetft, dat 'er eene ontfteekingen verftokking ontftaat. Het lidvocht hoopt zig allengskens op, verflapt den kapfel- en ronden- band , en dryft het hootd uit zyne holte. Zomwylen wykt het hoofd des Dyebeens , na zodanig eene ontwrichting, in het ongenoemde gat des ongenoemden beens, ja men heeft zelfs waargenomen dat eene gantfeh nieuwe holte gegroeid , en de oude geheellyk verwaflèn was.

Het Scheenbeen, Tibia , het lichaam van dit been, heeft eene driekantige geftalte. Aan het bovenfte einde bemerkt men eenen buitenst en en binnensten knokkel , Condylum extermini & interman, die eene vlakke holte voor de knokkels van 't Dyebeen , Condyli ejjis femoris hebben; tuflehen beiden een dubbelen knobbel , Tuberculum, onder den binnen knokkel, condylum internum, eene holte, fevea, en onder den buiten knokkel , Condylum externum, eene verhevenheid voor het kuitbeen, Fibula; aan het ondereinde in tegendeel, eene langwerpige uitranding voor het Kuitbeen, Fibula; eene holte, welke het Kootblen , Aflralogus ontvangt , en een buiten uitfteekfel , dat den binnen enklaauw , Maleohis intsrnus genoemd wordt.

De Knieschyf , Patella, is een klein hartgelykend fponsachtig been, dat van buiten met eenen vallen beenband bedekt is.Deszelfs breede rand (laat naar boven, en heeft een fterk indruk fel; het fpitfe daarentegen is naar beneden gekeerd. De buitenfte oppervlakte is ongclyk; de binnenfte daarentegen met een kraakbeen overtrokken, wordt door eene verhevenehuid in twee gelyke deelen gedeeld , en deeze paft juift in de holte , welke de beide

knol-

Sluiten