Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der zedelijke Wetenfchappen. 25

ons is het nooit genoeg; en indien alle menfchen zulks zoo waren als zij moesten zijn, zou er niets ontbreken, om de menfchlijke famenlcving gelukkig te maaken.

489. Dus bewezen zijnde, dat het geweten het hoogfte beftuurend grondbegin-; zei is der menschlijke natuur, zoo volgt, dat deugdzame werking, of daaden, (zie §•4770 net laatfte eind-oogmerk zijn, waar toe de menfchen gefchapen zijn. Teweten, dat is deugd, wat het geweten goedkeurt; en het geen met het opperst grondbeginzel van eenig famenftel ftrijdig is, moet ftrijdig zijn met het doelwit van zoodanig famenftel. Het is waar, dat het geweten, bij de meeste menfchen voor een korten , en in flechte menfchen voor een' langen tijd, zijn vermogen kan verbiezen, wanneer het verdoofd wordt door eene kwaade gewoonte, of eene onftuimige drift; even gelijk de fterkfle man, door lang in boejen gefloten te zijn, het gebruik zijner leden kan verliezen; en gelijk het levendigst vernuft, wanneer het tot flavernij gedoemd wordt, in eene werkeloosheid en verdooving verzinkt. Maar alhoewel het geweten zijn vermogen B 5 kan

Sluiten