is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginzelen der zedelijke wetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der zedelijke Wetenfchappen.

werp willen redenkavelen. En nu denk ik is er niets in de natuur van den Ne«r, in zijne ziel, of in zijn ligchaam, daar men niet ligtelijk rekenfchap van kan geven, uit de onderftelling, dat wij en zij van één en hetzelfde genacht zijn.

642 Wat hunne ziel betreft: het is zeker, dat hij rede, het vermogen om te lagchen, en eene gefchiktheid tot verbetering en volmaking heeft; dat hij het fpraakvermogen bezit, en gevolglijk, het vermogen, om, gelijk de Wijsgeéren het noemen, zich algemeene denkbeelden tevormen (zie §. 2o.); dat hij, zoo wel als wij, een onderfcheid bevat 'tusfchen leelijk en fchoon, waar en onwaar, deugd en ondeugd, wettig gezag en onderdruk, kende magt, (zie §. ia** j*J een denkbeeld, hoe onvolmaakt ook zonder twijfel, heeft van een Opperwezen en van een' toekomenden ftaat, en dat hij, door eene behoorlijke opvoeding , kan opgevoed worden in de oefening zoo wel van .odsdienftige, als gezellige, aandoeningen; en dat hij, zoo onbefchaafd als h.j rs, dikwijls blijken gegeven heeft van een verheven en edelmoedig hart, en van een F 4 êroot