is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginzelen der zedelijke wetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a32 Grondbèginzelen

groot vernuft in die kunften en handwerken, daar hij toe gewend wordt, om oplettend te wezen. Deze bijzonderheden gevoegd bij de recht - opftaande geftalte, menschlijke gedaante en menschlijk wezen ' hartstochten, en zwakheden, leveren een bewijs op, of dat zijne ziel eene menschlijke, of dat de onze geene menschlijke ziel is.

643. Maar, zijn niet fommige Negers merklijk dom en verkeerd? Ja: en het zelfde is3 ook waar van de Blanken. Zien wij niet^dikwijls, ten aanzien van verftand, zoo wel als gemoedsgefteldheid, ouders verbaazend verfchillen van hunne' kinderen, en den éénen broeder van den anderen? Maar de Zwarten hebben ons fijn gevoel niet, en zij kunnen lagchen cn zingen in het midden van pijnigingen, op welker gedachten wij fchrikken. Maar, waren de Lqcedemoniërs, alhoewel blanken en Europeanen, niet even grootmoedig, of, wilt gij, even ongevoelig? De Wilde van Afrika, is niet ontbloot van liefde , vriendfchap, en natuurlijke genegenheid! En, dewijl wij ons zeiven verheffen op onze famenftellen in rijm en onrijm, zoo

iaat