Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

?4 Grondbeginzekn

}i men klappen in de handen, de dalen „ lagehen , de zon verheugt zich, om zijn „ pad te lopen, de heuvels en bergen bre„ ken uit in vrolijk gejuich", enz. Wij maken ook afgetrokken denkbeelden en menschlijke hartstochten tot perfonen; bij voorbeeld, wanneer wij fpreken van eene }, ftuurfche verfmading, bleeke vreeze, ?, blozende fchaamte, toeknikkend genoe3> gen", enz. en wanneer wij de fortuin „ blind'? noemen, en liefde en hoop befchouwen, als vleugels hebbende, en den tijd, onder de gedaante van een oud man met een uurglas en een feizen, en den dood onder de gedaante van een wandelend geraamte, met een fikkei in de hand. Dus vormen wij eene groote verfcheidenheid van allegorifche perfonen, daar in de ( ftrikte wijsgeerige taal alleen van zaken zou gefprokcn worden.

872. Apoftrophe (Uitweiding) is eene fchielijke verandering in onze reden; wanneer wij, zonder daar vooraf kennis van te geven , ons zeiven tot een perfoon of zaak wenden, verfchillende van die, tot welke wij te vooren fpraken. Deze figuur is niet veel in gebruik, behalven in de

Dicht-,

Sluiten