is toegevoegd aan uw favorieten.

Over den oorlog der Peloponnesers en Atheners.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE BOEK. 79

de eerfte van Griekenland te zyn, en dien „ van Uwe Voorouders , die zich in 't ver„ overen van Beotien by Enophyta zo dapper ,, kweeten, roemruchtig op." Hier op de gelederen bezichtigende, was hy naauwlyks tot de helft gekomen, of de Beotiërs door Pagondas aangemoedigd, gaven het tceken tot den aanval, en rukten met geweld op de Atheners, die hen wel ontvingen, aan, de beide uiterften der vleugels wierden door eene beeïc belet in het gevecht te deelen. Men vocht van weerzyden zeer hevig, tot dat het den Atheneren gelukte den flinker vleugel der Beotiërs in de war te brengen en te doorbooren: hier kwamen de ïhespiers na eenen dapperen tegenftand meest om 't leeven; de verwarring was zelfs zo groot, dat zommige Atheners door hunne makkers gedood op 't flagveld bleeven. Het overfchot der flinker vleugel borg zich achter den rechter, alwaar de Thebaanen het den Atheneren zo bang maakten, dat zy genoodzaakt waren eenigzins achteruit te deinzen. Midlerwyl had Pagondas twee rotten zyner ruiterbenden achter den berg om op de Atheners losgezonden; waar op hun leger, denkende dat het verfche troepen waren, hals over hoofd aan 't vluchten floeg, zo dat ieder

zich