Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï4 PHYSIOGNOMISCHE

het lighaamiijk lijden, en.vermoedde met geen gedagten , dat zij door een vreemde fchuld, den vloek der weelde draagen moest, welke haar zoo onbekend als het kwaad zelve was. -— Zij ftierf; maar haar waardige egtgenoot, boette de zonden zijner jeugd met het verlies van een fpraakwerktuig , hij leefde als een volkomen onbefproken man, en zong het integer vitee wel uit een hole keel, maar met zulk een ruim onbefchaamd voorhoofd, ais of het voor hem gemaakt was.

Om deeze tijd liet Lavater de Phyfiognomika herlecven, en ik was een zijner eerste leerlingen in duicschland, ik was vast beflooten zijne voetftappen trouw te volgen, en vond mij genoodzaakt hem op den eersten kruisweg te verlaaten. Want ik voelde zeerrasch, dat deeze methode meer op winderige fpekulatien, dan op vrugt en nut in de levenspraktijk gegrond was, 't welk nogthans bij de beoefening der menschheid het hoofddoel is. Ik verliet den doolweg van 't gevoel, en volgde den gemeenen weg des verftands. Het eerste axioma, dat mij op mijn' weg bejegende, was, dat de ganfche kraam der beduidenis eeniger enkele deelen des gezïgts, niets dan louter ftroo was, uit het welke geen graan te verzamelen was. Even die vorm der neuze, die ronding van het voorhoofd, die opening der oogen, welke in een ge■gigt arglist, bedrog, laagheid aanduiden, betekenen

Sluiten