Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REIZEN. 23?

lier huwlijksliefde uit zijn eerste huwlijk, het evenbeeld van heur moeder met welke hij in een gelukkige egt geleefd had, zoo verre naamelijk als hij een vrouw gelukkig konde maaken. Hij was altijd een warme vriend, een koel minnaar, een tedere vader en een verdraaglijk egtgenoot geweest. De ftiefmoederlijke tugt had hem zeer dikwijls in de ziel gekrenkt; maar om de dierbaare huisvrede te bewaaren had hij het lieve kind niet durven befchermen , noch de zalige vrouw met lof durven noemen, zonder de dochter kwaade dagen te berokkenen, over welke zich de toorn van zijn vrouw dikwijls uitftortte, zoo dat zij veeltijds onfchuldig de zwaare moederlijke hand had moeten voelen. Ik maakte daar bij een aanmerking dat dit de zeden en 't gebruik der ftiefmoeders van den beginne aan geweestwaren, vanMadame Junoaf, totop Madame Spörtler. Waarom ook vader Homeer, om de ftiefmoederlijke gewoonte niet te kwetzen, in het 21 boek der Made, de kuifche Diana door de Koningin van den Olympus rijklijk oorvijgen laat geeven, ingevalle den dichter van zijne uitleggers niet verkeerd verftaan is.

Zijn oogmerk, voer hij voord, was altoos geweest, om Lotje, zoo dra zij manbaar geworden was, der ftrenge fubordonnatie door een vroegen egt te onttrekken; daarom had hij met zijn neef Antoon, een bemiddeld wijnkooper inWerthheim, P 5 die

Sluiten