is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloskunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 235 )

uiteinde zich omtrent de linker zitbeenfche uitranding bevind, en over het linker oor van het kind is uitgeftrekt. «, o, Een gedipte lijn , regtftreeks uit het midden van het agterfte gedeelte des heiligbcens getrokken : om aan te duiden , hoe hoog men het haaksgewijs uiteinde der tang, nadat dezelve behoorlijk is aangelegd, hebbe te houden. Om het hoofd van het kind, in de ligging zoo als hetzelve in deze plaat word vertoond, af te haaien, moet men het eerst in het bekken doen wenden, ten einde het voorhoofd naar het midden van het heiligbeen, en het agterhoofd onder de vereeniging der fchaambeenderen te leiden: dat is te zeggen, dat men het hoofd, alvoorens iets verder te doen, dus moet plaatfen, zoo als in de agtfte plaat word aangewezen.

De tang moet volftrekt op dezelfde wijze aangewend worden, wanneer het hoofd zich zoodanig in het bekken heeft begeven, dat het voorhoofd aan het linker eironde gat, en het agterhoofd aan de regter heilig, zitbeenfche uitranding beantwoord; maar alvoorens te tragten om het hoofd af te haaien , moet men het voorhoofd onder de fchaambeenderen brengen, zoo, dat de tang even als in de agtfte plaat zich vertoont. (Ziet $. i?76» en vervolgens, als mede §. 1768j.

DER.