is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloskunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 238 )

nieuwe bogt naar beneden gekeerd, eerst langs de regterzijde van het bekken inbrengen, en vervolgens van daar, voorbij bet heiligbeen naar de linkerzijde leiden moet , doende dezelve daardoor meer dan de helft van den inwendigen kring des bekkens omtrekken ; terwijl men de lepel vast genoeg op het hoofd aangerigt houd, om hetzelve te doen wenden, en het aangezicht onder de fchaambeenderen te doen koomen. Hierna wilde hij, dat men den tweeden tak van het werktuig aan die zijde zoude plaatfen, langs welke de eerfte ingebragt wierd; zoo echter, dat deszeifs holle rand aan de fchaambeenderen beantwoord. Deze werkwijze, welke onuitvoerlijk is, tenzij dat het hoofd zich vrij in het bekken bevind , heeft zoo veele moeite in, als de onze in eenvouwigheid uitmunt, en met gemak verrigt kan worden. Zij ftemt, behalven dat, met de waare gronden der kunst niet overeen: dewijl het aangezicht van het kind nimmer in dit geval onder de fchaambeenderen kan koomen , zonder het ten minfte een derde gedeelte van den inwendigen kring des bekkens te doen omtrekken; terwijl het agterhoofd ten hoogfte Hechts een zesde gedeelte van eenen kring van dezelven verwijderd is, en de uittogt van het hoofd met oneindig minder moeite is te bevorderen indien dit deel aan die beenderen beantwoord, dan wanneer het voorhoofd onder dezelven ligt: welke aanmerking wij reeds ter gelegenheid van die ligging hadden moeten maaken, waarin het agterhoofd naar het linker eironde gat is gekeerd. (Ziet §. 17 71).

1781.