Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGEN ANACHARSIS. 17

aan voor drie honderd talenten (*). Het drie yierde gedeelte dier fomme werd uit onderfcheidene fteden van Griekenland geheven , met het overige vierde deel werden de inwooners van Delphi belast , die, om hun aandeel optebrengen, eene opzameling deeden tot in de ver af•gelegenfte landen. Eén Atheensch gedacht nam yoor eigene reekening de kosten der cieraaden, waarop bij het eerfte ontwerp niet gereekeiid was (i).

Het gebouw zelf is van zeer fchoone fteenen opgetrokken , doch de voorgevel geheel en al van Parisch marmer. Twee Atheenfche beeldhouwers hebben diana , latona , apollo , de Zanggodinnen , bacchus enz. in de gevelfpits geplaatst (2). De Capiteelen der Colommen dragen verfcheidene foorten van verguld wapentuig, vooral van fchilden, dien de Athe~ ners , ten aandenken aan den ilag van Marathon'^ fchonken ("3).

De voorhof is vercierd met fchilderftukken, die het gevecht van hercules met de hijdra, den ftrijd der Reuzen tegen de Goden , en dien van bellerophon tegen chim/era vertoonen (4). Men vindt hier ook verfcheidene

altaa-

(*) i,6eo,ooo Livres i deze bereekening kan men echter veilig nog een weinig hooger nemen, wijl de talent in dien tijd zwaarer was , dan in vervolg. (i) Herodot. l. 2, p. 1805 l. 5, c. 62. Paufan. l. io» p. 811. (2) Paufan. l. 10, c. 19, p. 842. (3) W. ibid. /Elchin. in Ct«« fiph. p. 44'">. (4") Eurip. in Ion. V. 19°-

III. DEEL. B

HOOFDST»

XXII.

Sluiten