Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGEN ANACH ARSIS. 25

Vecht en meer dergelijke wedftrijden, waar van wij uitvoerig in onze befchrijving der Qlijmpifche fpelen zullen fpreken.

Weleer bood men den verwiunaaren eene geldzomme aan (i_). Toen men hun grooter eer wilde bewijzen, gaf men hun flechts eene lauerkrans.

Wij hielden het avondmaal met de Theoren of afgevaardigden der Atheners. Zommigen waren voornemens, de Godfpraak raad te pleegen. De volgende dag moest hunne vragen beandwoorden , wijl de Godfpraak zich alleen op vastgeftelde dagen des jaars laat naderen , en de Pijthifche Priesteresfe flechts eenmaal in de maand haaren drievoet beklimt ( 2 ). Wij namen voor, haar ook op onze beurt te vragen, alleen uit bloote nieuwsgierigheid , en zonder het minfte geloof aan haare uitfpraaken.

Den ganfchen nacht zong de Delphifche jeugd, langs de flraaten verfpreid , liederen ter eere van hun, die bekroond waren (3); al het volk deed de lucht wedergalmen van langwijlige en onftuimige toejuiching; de geheele natuur fcheen deel te nemen in de zege der overwinnaars. Die tallooze Echo's, die rondom den Parnasfus (luimeren , werden telkens door het trompettengefchal gewekt, vulden met haaren weerklank de holen en daalen (4) , verdubbelden

tel-

(O Paufan. L. 10 , c. 7. p. 814. fi) Plut. Qu.-eft. Graïc. t. 2, p. 292. (3) Pind. nem.Od. 6 , v. 66. S:Lol. ibid. (4; juftin. L, 2} s c. 6.

B 5

HCHFflST.

XXIX.

Sluiten