Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGEN AN ACH ARS IS. 141

regels der zeden en des gedrags , gebragt in Wjww, grondftellingen en betrekljk gemaakt op verfchillende omftandigheden des leevens. Ik zal 'er eenige trekken van bijbrengen.

„ Zijt jegens uwe ouders , als gij eenmaal „ uwe kinderen jegens u zoudt wenfchen (1). „ Verbeeld u , bij uwe geheimfte bedrijven , dat „ gij de geheele waereld tot getuigen hebt. „ Hoop niet, dat berispelijke daaden in vcr„ getelheid zullen blijven : gij kunt ze mis„ fchien voor anderen verbergen, maar nimmer „ voor u zelf (2). Befteed uwen ledigen tijd „ aan het bijwoonen van de gefprekken der „ Wijzen (3).- Overleg langzaam; volbreng „ vaardig (4). Onderfteun de ongelukkige „ braafheid: wel aangelegde weldaaden zijn de „ fchat van een rechtfchapen man (5). Bedien „ u nooit, wanneer gij met eenig ambt be„ kleed zijt, van (legt volk: uw aftreden zij „ met meer roems, dan rijkdommen (6)."

Dit werk was gefchreeven met die verkwisting en zwier , dien men in alle de fchriften van isocrates ontdekt. Men wenschte 'er den Schrijver geluk mede , maar na zijn vertrek zeide appollodorus tot zijnen zoon: ik heb het genoegen opgemerkt , het welk u deze voorlezing gegeven heeft. Dit verwondert mij niet , dezelve heeft in uw hart dierbaard) Ilbcr. adDam.t. 1, p. 23. COM. ibid. p. 25; (3) Mibid. p. 26. (O W» P- 37* (5) ld. ibid, p. 33. (fi) ld. ibid. p. 39.

Sluiten