Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J0NGEN ANACHARSIS. 153

,, Maar hoe zult gij u zelf nu verzekeren van H?f™Vr" zulk eene overeenftemming ? hoe zult gij u vlei jen met het bezit van zulk eene deugd? In de eerfte plaats dooreen inwendig gevoel (1) en voords door de kwelling of het genoegen, het geen gij ondervinden zult. Zoo lang deze deugd nog onvoltooid is, zullen de offers, welken zij u vergen zal , u bedroeven; maar wanneer zij volkomen is , zullen dezelve u met suiverc vreugde vervullen, want de deugd zeive heeft ook haaren wellust (2).

,, Kinderen kunnen niet deugdzaam zijn, wijl zij hun waarachtig goed kunnen kennen noch kiezen, Daar het intusfehen noodzaaklijkis, de neiging ten goede, welke zij hebben , aan te kweeken, moet men ze tevens dezelve in geduurige oefening doen brengen (3).

,, De voorzichtigheid zich altijd naar braave beweegredenen gedragende , en elke deugd yolftandigheid vorderende, verliezen verfcheidene daaden , die lofredenen waardig fchijnen, derzelver waarde, wanneer men derzelver beginzelen ontdekt (4). Dezen ftellen zich bloot aan gevaaren in de hoop op grooten roem; genen uit vrees voor fehande ; beiden zijn zij niet dapper: ontneem den eerlten zijne eerzucht, den laatften zijne fchaamte , en welligt zullen zij de grootfte bloodaards zijn (5).

Noem

CO Arift. magn. mor. L.2,c. 10, p. 186. CO^- mor. L. 2, c. 2, p. 19; L. 10, c. 7, p. 137. (3) Jd. ibid. I,. 2, c.' 1, p. 18. Ci) ld. ibid. L. 2, c. 3. f5; ld, magn. mor. L. I, c. SI, p. 160.

Sluiten