Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdst

XXVIII.

aa8 REIZE VAN DEN

■ wanneer philander zich eene zoutelooze trek liet ontvallen. „ Zie eens, zeide hij tot hem, hoe elk het oog op u heeft: gisteren in de gaanderij kon men van uwen lof niet tot zwijgen komen; de vraag was, wie de hupschfte man uit de geheele flad wel zijn zou, en, fchoon wij dertig fterk waren , vielen alle de ftemmen op u O)." - „ js die man > vroeg philander , dien ik daar ginder, met dat prachtig gewaad en die drie ilaaven agter zich zie, apollodorus niet, de zoon van pasion, dien rijken wisfelaar?" „ Dezelfde, andwoordde zijn tafelvriend. Zijn hoogmoed is onverdragelijk: hij denkt 'er niet aan, dat zijn vader een flaaf was (V)-" „ En die an¬

dere, hervroeg philander , die naast hem met

het hoofd omhoog gaat ?" „ De naam

zijns vaders, zeide criton, was eerst sosias, maar na dat hij in 't leger geweest was, Het hij zich sostratus noemen (3), Vervolgends werd hij onder de burgers opgefchreeven. Zijne moeder is uit Thracie, en ongetwijfeld van aanzienlijke afkomst, want de vrouwen, welke uit dat verafgelegen land geboortig zijn * hebben doorgaands zoo groote aanfpraak op aanzienlijke afkomst, als op zachtheid van zeden. De zoon is een fchurk, evenwel zo groot niei

als

Ci) Theophr. carafl. c. 2. (») Cenofth. pro Phorm.

P- S/65. (3) Theophr. ibid. 428. Somas is de

mam van eenen flaaf; sosistratus die van eenen vrijman. Stratia betetkent een leger.

Sluiten