Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van DRENTHE.

381

2yn , ingewikkeld geworden. Dat de oude : zeeën , gedurende veele eeuwen, meermalen , het vaste Land gedeeltelyk overftroomd, hetzelve wederom verlaten, en vele van deszelfs beftanddeelen en voortbrengzelen medegevoerd zullen hebben , is meer dan waarfchynlyk. Hetzelfde gebeurt nog heden ten dage , en zoude meer gebeuren, indien men, door kunst en arbeid, aan het verflindend geweld der wa. tergolven geene palen ftelde. Het vinden van verfteende Rivier- of Zoet-water-visfchen , waarmede men niet weinig verlegen fchynt, kan hierdoor insgelyks opgehelderd worden. Immers kunnen deze, even als bomen en andere plantgewasfen, door het water medegevoerd , hier en daar op den zeebodem nedergezonken, en in denzelven bedolven zyn geworden. Hoe vele delfttoffelyke delen worden , door de Rivieren , in de zee gevoerd, onder welke, zekerlyk * doode en levende visfchen zich zullen vermengen.

Met opzicht tot de tweede zwarigheid, kan men vragen, of de onderftelde Kataftrophen, of Omkeeringen , in gevolge van welke de Vrxadamiüfche Aardbollen, van tyd tot tyd, in deze tegenwoordige zouden zyn verwandeld, meer regelmatig zouden zyn toegegaan, dan die by en vóór den Zondvloed hebben kunnen gebeuren ,• zulk eene onderftelling ftryd tegen de waarfchynlykheid. Daarenboven is het een bekende regel, dat, wanneer men te veel bewyst, men in het geheel niets bewyst.

Op de derde zwarigheid , dat, namelyk , veeltyds, zwaardere ftoffen boven de ligtere geplaatst zyn , kan men in bedenking geven, Bb 5 of

Natuur- f lyke Historie, enz.

Sluiten