Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGEN ANACHARSIS. 21

de wetten en goede zeden fchonden. Thands zelf, fchoon reeds alles vervalt , is het wel min geëerbiedigd, maar niet min gevreesd, en zij, die hunne oude grondbeginzelen verlooren hebben, vergeten niets, om zich aan de oogen dezer Tuchtmeesters te onttrekken, die zomtijds te ftrenger jegens anderen zijn, naarmaate zij meer toegevend zijn voor zich zelve (1).

Meest alle Overheden ter verandvvoording te roepen van haar beftuur O), de zulken, welke de wetten overtreden , op te fchorten in haare bedieningen , naar de gevangenis te brengen, voor het hoogst Gerichtshof aan te klaagen en door de fcherpfte vervolgingen naar het leeven te ftaan, zijn de rechten der Ephoren (3). Gedeeltlijk oefenen zij dezelve tegen de Koningen , dien zij door dit ongemeen en zonderling middel in afhanglijkheid houden. Om de negen jaaren kiezen zij eenen flillen en helderen nacht uit, en befchouwen, in het veld gezeten , oplettend de beweging der Herren ; zien zij dan eenen, ontvlamden damp door de lucht fchieten , dezelve is eene verfchietende

fler , en de Koningen moeten de Goden

beleedigd hebben. Men roept hun in het recht, men zet hun af, en eene vrijfpraak van het Delphisch orakel alleen kan hun het verlooren gezag doen wederkrijgen (4).

De

Cl) Arift. de rep. L. 2 . c. 9 , t. 2, p. 53°. CO Idibid. (3) Xenoph. de rep. Laced. p. 683. CO in Agi 1, t. 1, p. Soa,

B 3

rooi'DT XLV.

Sluiten