Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146 REIZE VAN DEN

HO! TDS1. Lil.

ften brengen eenen overvloed van koorn en andere grassen voord (i); zij geven voeder voor talrijke kudden , 't welk in zonderheid voortreflijk is voor de ezels en paarden, wier ras zeer geacht wordt (2).

Behalven een groot aantal van heilzaame planten voor de geneeskunde (3), groeijen alhier ichier alle bekende boomen. De inwooners , die hier van eene geregelde oefening maaken (4), geven aan de meeflen bijzondere eigennaamen (5); doch het is gemaklijk onder dezelven den pijnboom, (<5) den denneboom (j), de cijpres, de theria, de andrachne (8), den populier v'o), en eene foort van ceder te onderfcheiden , wiens vrucht eerst in het derde jaar rijp wordt (10). Ik ga verfcheidene andir^n voorbij, die hier even gemeen zijn, behalven nog die boomen , die tot cieraad der thuinen verlfrekken. Wij zagen in eene vallei dennen van ongemeene dikte en hoogte, waarvan men ons zeide, dat zij hunne zwaarte aan hunne gunltige ftandplaats te danken hadden, als zijnde even min aan den geesfel der winden , als

aan

CO Xenoph. hift. Gr. L. 5, p. 552. (,} Strab, L. 8) p. 388. Varro, de re ruft. L. a, c. 1, §. 14. ( ) Theophr. hift. p'ant. L. 4 , c. 6, p. 367. f0 Id ibid. L. 3, c. 6, p. 130; c. 7, p. j38; c. 10, p. 159. C5J Mn. h. 16, c. 10, t. a, p. 9. (6j Theophr. ibid. L. 3, e.

P »59- (?) Paufan. L. 8, c. 41, p, 684. (8) Theophr. hift. plant. L. 3 , c. ö, p.130. (pjld. ibid. c. 5, p. 124. (10) ld. ibid.c. 12, p^ jgo. piin, L. 13, c. 5, t. 1, p. 63o.

Sluiten