Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDST. LV11I.

i

A i 1

ii

c

ï

348 REIZE VAN DEN

dorus , was wel eer geacht ; het was die, dien zich , van solon af tot pericles toe, dc zulken toeëigenden , die hunnen tijd aan de beoefening der wijsheid heiligden ; en in de daad beteekent hij niets anders. Plato, eenigen, die denzelven misbruikten , willende ten toon ftellen (i_), maakte dien verachtlijk onder zijne leerlingen. Ik zie hem echter nog dagelijksch aan socrates geven (2), dien gij zonder twijfel toch eerbiedigt , en aan den Redenaar antiphon , voorwien gij openlijk uwe achting betuigt (3). Maar het is hier om geenen ijdelen naam te doen, en ik zal u, zonder eenig ander belang, dan dat der waarheid, zonder eenig ander licht , dan dat der Reden , bewijzen , dat een Redenaar en een Sophist dezelfde middelen gebruiken , om het celfde oogmerk te bereiken."

„ Bezwaarlijk kan ik , hervattede leon , mijne verontwaardiging bedwingen. Hoe! laa?e huurlingen, woordenfmeeders (4), die hunïe leerlingen leeren, om zich met Dubbelzinïigheden en Drogredenen te wapenen, en zoo vel het voor als het tegen ftaande te houden , lezen durft gij vergelijken bij die eerwaardige uannen, die de zaak der onfchuld leeren verieedigen in de Gerechtshoven, de zaak des va-

der-

0) Plat. in Gorg., in Protag., in Hipp. &c. (2) JEkbin. 1 Timarch. p. 287. (3) Xenoph. Mem. l. 1, p. O Mnefarch. ap. Cic. de Orat. l. 1, c. 18 t 1 ■ 148.

Sluiten