Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGEN ANACHARSIS. 93$

Brief van callimedon.

Cjjj" hebt wel hooren vertellen, dat, ten tij* de onzer vaderen, eene eeuw tien of twaalf geleeden, de Goden, om zich eens van hunne gelukzaligheid te verademen, zich zomtijds kwamen vermaaken met de dogters der ftervelingen? Gij meent, dat die verkeering niet.langer naar hunnen fmaak is : maar gij zijt 'er niet agter.

Niet lang geleeden zag ik eenen worflelaar, attalus genaamd CO » geboortig van Magnefia, eene ftad aan den Meander in Phrijgie gelegen. Hij kwam van de Olijmpifche fpelen en bragt niet dan eene aanzienlijke menigte •van wonden uit den ftrijd. Ik liet hem mijne verwondering blijken, om dat zijne fterktc mij onverwinnelijk toefcheen. Zijn vader, die bij hem was, zeide mij: „ hij heeft zijne nederlaag alleen te wijten aan zijne ondank baarheid ; bij het opgeven van zijnen naan verzweeg hij zijnen rechten vader , die zich door hem de overwinning te onthouden , daa

over gewrooken heeft. • Is hij dan uw

zoon niet? Neen , hij is zijn leeven aai

den Meander verfchuldigd. Hij , een ri

vierkind! — Ongetwijfeld ; mijne vrouw heef

he

(O .fEfchin. epift. 10, p. au?'5

HOOFDSTj

LXI.

I

>

l

t t

Sluiten