Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DE GtlöOTE BEENPITPEN. I£

de ik met de uiterfle bevreemding, dat welk eene gedaante ik aan het been ook geeven wilde, het toeliet die te volgen. Ik lei dan het been neder, en had de onvoorzichtigheid, aan de ouderen van dit meisje te zeggen, dat het gebrooken was; doch zij antwoordden mij, dat dit volftrekt onmogelijk fcheen, wijl het meisje tot op den dag van haare ziekte, en niet, dan veele dagen daarna, wanneer de ziekte in haar been geflaagen was, daarover eerst geklaagd had. Ik verbond haar, doch met meerder Zorg , dan den voorgaanden dag, en nam de vrijheid dit zonderling geval aan den Hooggel. en er^ vaaren Heer j. bon te laaten zien, wanneer wij eenpaarig oordeelden, dat de ziekteverwekkende ftof zich bij dit meisje in den arm en in dit been geworpen had, en het fcheen- en kuitbeen zoodanig had doordrongen , doen ontfteeken, verzwee* ren, en week gemaakt, dat dezelve zich , als warmgemaakt wasch, deeden buigeh.

Inmiddels ging ik op dezelfde wijze in de behandeling voort. Vah tijd tot tijd verminderde de zwelling en groote verè'ttering. Het fcheenbeen, en misfchien ook het kuitbeen, wierpen met den etter eenige kleine ftükjes been uit, doch kreegen eerlang hunne gewoone lievigheid en fterkte, echter zag ik met leedweezen, dat zij eenigzins korter, dikker en wanvormig waren geworden; alsmede dat ik , door mijne onkunde van den waaren aart van dit geval, geene zorg had gedraagen, om den voet en 't geheele been voor het drukken der beddekleeden te bevrijden, zoo als dit bij alle beenli 2 breu-

Sluiten