Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. -7

Heer de Goochelaar, gy hebt uwe handen nog niet in uw broekzak gebragt, met verlof ?

MASKARIL.

Wat beveelt gy?

LELIO.

Uw hand, myn Heer Maskaril!

MASKARIL.

ó, Foey!

LELIO.

Ik bid...

MASKARIL. Immers niet.. ? Ik.... moest my fchaamen!

LELIO.

Schaamen? dat was gansch iets nieuws voorU.... maar zonder omftandigheid, fchurk! toon my uw hand. MASKARIL.

Ik zeg U immers Heer Leüo! ik moest my fchaamen , want waaragtig .... ik heb my van daag nog niet gewasfehen!

LELIO.

Daar hebben wy het: daarom is 't alzoo geen wonder,'dat alles daar aan blijft Ideeven, (% maakt hem de hand open en vind de ftukhn goud tusfehen zyne vingers) ziet gy wel wat de. zindelykheid niet voor eene nodige deug 1 is ? men zou u op een hair voor een gaauwdief houden , en gy zyt toch niets als een varken:— maar in ernst, als gy van vyftig Daalders, uw tien Daalders Rabat hebt genóomen, zoo zyn van drieduizend Daalders laat zien?— niet meer als zeshonderd in uw zak gevallen!

MAS-

Sluiten