Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'342 C, GIRTANNER, OVER DE

over, waar in zig de werkingen van het gift voof al op de inwendige deelen, en bijzonderlijk aan de beenderen en het beenvlies vertoonen.

De zieke klaagt over onaangenaame gevoeligheden en (tekende pijnen in de beenderen, voornamelijk des nachts. Deeze pijnen zijn altoos in het midden van zulke beenderen, dié dicht onder de huid leggen, en Hechts dun met fpieren bedekt zijn, bij voorb. in het fcheenbeen, in de groote elle-pijp, in het borstbeen, in de beenderen van het voorhoofd, en van de hersfenen. De venerifche pijnen in de beenderen (dolores ofteocopï} worden 'snachts in het bed, vooral tegen den morgenftond, ongemeen hevig, zoo dat het den zieken dunkt, als of hem de beenen doorboort worden: over dag zijn zij naauwlijks bemerkbaar. Op de plaatfen, alwaar deeze pijnen zig vertoonen, ontftaan allerleije knobbels en zwellingen, die verfeheiden naamen hebben, en bij de Schrijvers, nodi, tophi, exoftofes genoemt worden. Na langer of korter tijd breeken deeze uitwasfen open, 'er ontftaat een zweer, waar uit een dunne etter vloeit, en de been-eter begint zig te vertoonen.

De voornaamfle zoorten deezer been-uitwasfen zijn:

^a-~) Nodi. Wezentlijke harde been-uitwas? fep, die het beenvlies uitzetten.

O*

Sluiten