Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

venerische ziekte. iv. boek. xxiii. hooftst. 5©$

twintig lieden, die zig levendige van anderen uit-, getrokkene tanden laaten inzetten, bekoomc,. zoo als de ondervinding leert, altoos één vanhun zulke toevallen, en van dezelven is altoos één van de vier lijderen daar aan geltorven.

De heer Hunter beweert, dat deeze toevallen niet venerisch zijn, fchoon hij toegeeft, dat ze met de venerifche zeer veel overeenkomst hebben. Hij heeft lijders van dit zoort gezien, zegt hij, die zonder eenig geneesmiddel genezen zijn: waaren het nu toevallen der Venus-ziekte, zoo* had zulk een geval geen plaats kunnen hebben. Ook bij hun, die door kwik geneezen wierden, zegt de heer Hunter, was egter de behandeling verfchillende van die, welke men bij waarlijk venerifche lieden van gebruik maakt. Eindelijk, vraagt hij, hoe zouden zulke deelen befmetten kunnen, die zelf niet befmet zijn? Hoe zou een tand de Venus-ziekte uit het eene lichaam in het andere kunnen overzetten? Deeze redenen fchijnen mij toe niet overtuigend te wez«n. Men heeft nooit gezien, dat zulke toevallen na het inzetten van een dooden of ijvooren tand ontltaan zijn. Word een tand uit een dood lichaam in den mond van een levendig mensch verplaatst, zoo verliest dezelve altoos zijne couleur en word geel; daarentegen een tand, die uit een levendig in een ander levendig lichaam li 5 over-

Sluiten