Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van j o z « f, 1$

Lomer. Hij verlangde alweêr naar den braa» ven jongen : — en , Ziüi! daar kwam de bode met den bebineden rok, den mooiën rok van Jozef. ,, Ként gij dit kleed ook," vraagde de man, die daarmede bij Jakob kwam, „ kent gij „ dit kleed ook? liet is door uwe zoons op weg „ gebonden. Zij vraagen, of het hun' broeders

rok'niet is?" De Vader verfchrikte |ewalMg, en riep al wecnende uit: „ Och! 't is Jozefs „ rok! de nieuwe rok, dien ik hem gegeeven heb. „ En zo bebloed! Een boos dier heeft vast mijn' „ Jozef verfcheurd en opgegeeten : zijn rok alh.cn

is blijven liggen; mijn lieve zoon is dood!"

Keetje. Zijn 'er zulke booze dieren, die de menfchen in ftukken fcheuren en opeeten?. ..

M'r. Ja wel kind! zo als Leeuwen, Wol-» ven,'Tijgers en dergelijke beesten. Die ware» in dat Land, en ?ijn ook nog in andere Landen i maar in ons Nederland zijn ze niet.

Keetje. Dan wil ik altoos in ons Laïidl blijven; want ik ben bang voor die beesten.

Mr, Vader Jakob, dan, was ijsfelijk be-> droefd om Jozef Hij fcheurde ook zijne kle« deren, en iloeg een-1 zak om ziin lijf. Dit was net als of wij een zw.aaren, diepen, rouw aantrokken. Zijne lelijke zoons kwamen met 'er tijd weêr bij hem , en hielden zich ook als of ze bedroefd waren', omdat Jozef door een wild beest was opgevreeten. Was dat niet recht godloos en valsch? Zij wisten wel, dat het ïiiec waar was, en lieten hunnen Vader maar treuren. Somtijds wilden zij hem nog zo wat vertroosten; maar dat kon niet helpen. De oude man riep geduurig; „ ik zal om mijn* Jozef

fchreiè'n tot dat ik dood ben, net als hij. Niets B, kan mijne droefheid wegneemen; ik wil Jozsf „ volgen in den dood!"

B 4

Sluiten